Overslaan en naar de inhoud gaan

Marty Slager 1957-2026

Marty Slager 1957-2026

Tekst: Rynk Bosma

Foto's: Henk Bootsma en Rynk Bosma

Verweven met het koningsblauw van KV Het Noorden, groot fan van Taeke Triemstra, Zwarte Haan als vaste stek om momenten met de camera vast te leggen: ‘Hy lit ús meisjen hoe’t moarnsier it ljocht it wint fan it tsjuster fan de nacht’. Maar ook verzamelaar van alles wat met kaatsen te maken had. Bijna een kwart eeuw voorzitter van KV Het Noorden. Twee keer in 1972 en 1973 verliezend finalist op de Freule. De op 13 september 1957 geboren Marty Slager was het allemaal. Op 17 april 2026 kwam een einde aan dat leven.

Dat koningsblauw van KV Het Noorden uit Sint Jacobiparochie droeg de 14-jarige Marty - in de krant was het ‘Mattie’ - echter niet op de Freule van 1972. Toen waren de verticale zwart-wit strepen van KF Sint Anne/Drie Spul Is Ut nog dominant in zijn kaatsleven. Ytzen Hiemstra en Gerard Tanja waren in beide jaren de maten. In 1972 was OKK Bitgum te sterk, een jaar later was dat Eendracht uit Harlingen. 

Met name in 1973 had de uitslag in volgorde anders kunnen zijn. In 1972 verraste Sint Anna in de eindstrijd iedereen door goed tegenstand te bieden aan de grote favoriet OKK uit Beetgum met Oepie en Klaas Larooi in de gelederen. Een jaar later tegen Harlingen leken de Bilkerts een stuk dichter bij de Villa van de Freule.

Die eindstrijd tegen Harlingen kende een klassiek verloop. De 3-1 voorsprong voor Sint Anna veranderde door een cruciale fout in een soepel behaalde 3-4 voorsprong voor Harlingen. Het verloop van ‘haasje over’ want Sint Anna kwam als eerste op de vijf eersten. Het werd vijf eersten gelijk en toen beleefde Sjonnie Nota zijn gedroomde laatste eerst door drie keer de boven te vinden waarna Tanja de kaats niet wist te passeren.

Ogenschijnlijk heeft dit bij Marty nooit de diepe wonden geslagen die het verliezen van een finale op de Freule wel had bij andere kaatsers. Een schouderblessure maakte in 1980 een einde aan zijn kaatsleven. Er kleefde altijd een soort luchtigheid aan Marty met een flinke dosis zelfspot. Ruim vijftien jaar geleden vertelde hij over zijn schoolperiode. Naar eigen zeggen was hij bepaald geen studiebol en school beschouwde hij meer als een noodzakelijk kwaad. Met toch dierbare herinneringen. ‘Ik weet nag, ik hew 6 jaar over de mavo deen. En dan saai meester Lettinga an ‘t eand fan ‘t jaar: ‘En Slager weer gedoubleerd?’  En dan saai ik: ‘Ja meester wij motte ok folgend jaar nag even kaatse’, mooi nou?’

Het hoogste cijfer dat hij kreeg op school wist Marty nog precies: een 9 op een spreekbeurt, opnieuw bij ‘meester’ Lettinga. Het onderwerp was ‘Dooie aal en fúkkys’. Zijn hait rookte aal en zo kon zoon Marty de attributen meenemen naar school voor een spreekbeurt. Marty Slager sprak altijd met respect over ‘meester’ Gerrit Lettinga. ,,Dat waar ‘n meester der’t je respekt foor hadden.’’ Dat betekende overigens niet altijd gehoorzaamheid want Marty herinnert zich nog een meester op diezelfde MAVO die de kinderen binnenriep met de woorden ‘Komme jim?’ ‘Ni meester’ was doorgaans het antwoord, ‘eerst mot ‘t potsy kaatsen út’. 

Bij KV Het Noorden werd hij penningmeester, 15 jaar lang tot het hoogste ambt van voorzitter hem opeiste. Daarnaast kreeg Marty Slager lol in verzamelen. Alles over kaatsen van vroeger in de regio in de Zuidwesthoek, Sint Jacobiparochie en de Ouwe-Dyk. Oude kaatswanten, affiches en programmaboekjes van vroeger, alles was welkom. De website van de kaatsclub mocht meeprofiteren van de uit de hand gelopen hobby van zijn voorzitter. 

Want de historie van KV Het Noorden was in zeven delen te lezen op de website van de kaatsvereniging met afbeeldingen van onder andere de illustere Klaas Kuiken. En sinds 1995 kwamen daar de prestaties van individuele kaatsers op de partijen van de kaatsclub nog bij. Maar ook kaatsers van buiten de grenzen van Sint Jacobiparochie werden gewaardeerd: ‘Bútten de Stjabuurtster kaatsers waar ik ‘n Sake Porte-man.’ En daar kwam Chris Wassenaar later nog bij.

Voor Marty was die kaatsverzameling de speeltuin van zijn leven waarin hij graag verbleef. En wat is er dan mooier dat alles te tonen aan een groter publiek? Die kans kreeg Marty in 2020 met een expositie in de Groate Kerk in Sint Jacobiparochie. Je zou die expositie kunnen samenvatten onder de naam ‘grenzeloze kaatssport’ van Mexico, Zuid-Amerika tot Italië. Maar ook aandacht voor bijvoorbeeld Muziekkorps Aurora dat inmiddels al lang niet meer bestaat.

Het verzamelen van alles wat met het kaatsen te maken had was voor Marty een vorm van verslaving. De magie van het ‘hebben’ van dingen maakte van hem een ‘sneuper’ die altijd op zoek was naar nieuwe ‘veroveringen’. Maar wel een verzamelaar met een groot hart die ook het woord bezit wist te relativeren.

Zo kwam hij eens op Marktplaats een schaal van Makkumer aardewerk tegen. De vraagprijs was honderd euro, maar Marty werd voor de helft van die vraagprijs eigenaar, zo vertelde hij. Want de verkoper wilde dat aardewerk alleen aan een kaatsliefhebber verkopen. Na enig speurwerk bleek het een tweede prijs te zijn op de Bond van 1947. Voor de kaatsbond een gedenkwaardig jaar want in dat jaar veranderde de NKB in KNKB. 

Marty bracht de schaal als een verdwaald, dierbaar kind weer thuis naar de plek waar het hoorde en dat was in Leeuwarden. Het bleek namelijk om de tweede prijs te gaan van de in 1982 overleden Leeuwarder kaatser Sip van der Zee. Meegenomen bij een inbraak in huize Van der Zee, dit tot groot verdriet van de weduwe want daarmee verdween ook een dierbare herinnering aan haar man.

Het zat Marty de laatste jaren privé, al dan niet door eigen toedoen, niet mee. Hij was met pensioen en werd vrijwilliger bij het Keatsmuseum. Als groot fan van Taeke Triemstra mocht hij de machtsgreep in het puntenklassement aller tijden en in het PC-puntenklassement van de dorpsgenoot nog meemaken. Maar afgaande op de berichten op Facebook van de laatste jaren leidde Marty een eenzaam en somber bestaan, ondanks alle ogenschijnlijke vrolijkheid op het kaatsveld. In termen van die andere grote hobby fotograferen zou je kunnen zeggen: ‘Hy liet ús meisjen hoe’t it tsjuster fan ‘e nacht it wûn fan it ljocht fan de moarn.’

En dat in het eerste kaatsjaar zonder Taeke Triemstra ‘op ‘e list’. Het kaatsen heeft Marty als sport veel gebracht, maar Marty heeft in bestuurlijk opzicht ook belangeloos het kaatsen veel gebracht. En met een groot hart gediend. Je zou bijna als variant op een titel van een van zijn kaatsboeken willen zeggen: kaatswereld wees dankbaar voor wat hij allemaal heeft gedaan en wees zacht voor de mens Marty die nooit meer het ochtendlicht op Zwarte Haan zal zien.