Overslaan en naar de inhoud gaan

KABOUTER ACTIVITEITEN

Wat leuk dat je informatie bekijkt over onze allerjongste kaatsjeugd; de kaboutercategorie.

Spelregels

BEGINNERSPEL

Het beginnersspel is gemaakt om de basis van het kaatsen te leren begrijpen:
het passeren en verdedigen van een kaats.

Daarnaast leer je ook het op- en uitslaan en het werken met de telegraaf.
Op de leskaart hiernaast staan de spelregels kort uitgelegd.

MEEDOEN AAN EEN ACTIVITEIT

Je geeft je altijd op met z’n tweeën. Dat mag in elke samenstelling: twee meisjes, twee jongens of een meisje en een jongen.

We vinden het belangrijk dat je samen speelt met iemand die je kent.
Beide kinderen zijn lid van een vereniging en hebben een bondsnummer. Geen bondsnummer ? Neem contact op met je vereniging. 

Aanmelden gaat via deze website. De inleg voor een wedstrijd is €4,50 per deelnemer.

REGIO’S

Sommige kabouters zijn al zo goed dat zij mee kunnen doen aan het regiokaatsen (CD-niveau).

Stelregel is:
- Kaatsers die op prestatieniveau wedstrijden bij de welpen kaatsen, mogen niet meer deelnemen aan kabouterwedstrijden
- Kaatsers die 3 keer op wedstrijdniveau in de welpen categorie hebben gekaatst mogen niet meer deelnemen aan de kabouterwedstrijden

Het niveauverschil wordt anders te groot. Voor beginnende kabouters is dit niet leuk, maar ook de gevorderde speler haalt er dan minder plezier uit. Zo blijven de wedstrijden voor iedereen leuk en uitdagend.

Een kabouterwedstrijd duurt gemiddeld 2,5 tot 3 uur.

SPELREGELS

  • De kabouters kaatsen in een vak genaamd perk van 3 bij 9 meter
  • De opslaglijn ligt op 6 meter (gevorderden 7 meter)
  • Er ligt een lijn om 4,5 meter, dit is de vaste kaats die elke keer verkaatst wordt
  • Er wordt gespeeld in teams van 2 kaatsers
  • Er wordt gespeeld met een luchtbal en blote hand een handschoen is dus nog niet direct nodig.
  • Het serverende team (opslagteam) verdedigd de vaste kaats en het uitslag team probeert deze kaats voorbij te slaan
  • Een speler van het opslagteam, slaat een heel eerst op. De opslag is net als het echte kaatsen onderhands.
  • Terugslaan vanuit het perk mag ook net als bij het echte kaatsen maar met 1 hand.
  • Keren mag wel gewoon met 2 handen.
  • Wisseling van opslag naar uitslag en vice versa vindt plaats na 1 eerst. 
  • Vervolgens wordt er elke keer om de twee eersten gewisseld. 
  • Dit betekent dat na het eerste eerst elke keer beide teammaatjes een heel eerst als opslager fungeren en dat er pas daarna er weer van kant wordt gewisseld
  • De puntentelling wordt bijgehouden op een telegraaf. En de telling lijkt op die van tennis. In het tennis is het 15-30-40-game en in het kaatsen is het 2-4-6-eerst.
  • Als opslagpartij scoor je punten door de bal de vaste kaats niet te laten passeren.
  • De uitslagpartij scoort punten door de vaste kaats juist wel te passeren, of wanneer de opslagpartij de bal buiten/voo/achter het perk serveert.
  • Het team dat als eerste 6 eersten (games) heeft behaald is de winnaar.